maandag 7 februari 2022

Panamakanaal Transit Januari 2022

"Break, break this is Cristobal Signal Station, you are on our radiochannel, and I do not have Windsong on my list ", we schrikken even. We liggen voor anker in de baai bij Colon al ruim 2 uur te wachten op onze advisor om door de eerste sluizen van het Panamakanaal te gaan. Flink vertraagd dus, en hoewel we ons aangemeld hadden met de marifoon hoorden we niets meer, dus riep Yolanda voor meer informatie het schip naast ons op die ook lag te wachten. De dame van Cristobal Signal Station was dus niet happy. Maar draaide gelukkig snel bij toen ze merkte dat we wel degelijk op de lijst stonden. Ze gaf ook maar direct door dat de advisor pas om half zes aan boord zou komen. Forse vertraging dus, de planning was gewijzigd, dat zouden we nog vaker meemaken met de doortocht.
We besloten maar alvast te gaan eten, het zat erin dat het een latertje zou worden.
Toen tegen zessen de advisor aan boord kwam kon het avontuur beginnen, we haalden het anker op en voeren, met inmiddels drie boten,  richting de sluizen.
De advisor, Louis, was een aardige man die rustig uitlegde wat de bedoeling zou zijn, rustig naar de sluis varen, daarna tegen 2 andere boten aanbinden en met z'n drieën de sluis in. De grootste in het midden, die de andere dan meetrekt.. Tegen zeven uur gingen we de eerste sluis in, drie boten aan elkaar vast gemaakt, de buitenste, waarvan wij er een waren, zouden ieder twee lijnen naar de kant bedienen. Het was al aardig donker waar ik eigenlijk niet zo blij mee was, daarnaast zou de familie thuis in Nederland via de webcam van de sluis meekijken, maar die waren al grotendeels afgehaakt door het late uur,  en door het slechte zicht van de webcam. Jammer, een screenshot van de Windsong in de sluis zou wel leuk geweest zijn.
Het sluizen ging eigenlijk best wel makkelijk, het enige was het opvangen van de pilotlijn die sluis-medewerkers aan de kant naar de boten gooiden, daar zat een verzwaard einde aan die je niet op je hoofd wilt krijgen maar ze gooiden goed gericht. Ze oefenen daar ook regelmatig mee en houden onderling ook een gooi-competitie, grote borden met een gat als roos stonden op de velden naast de sluis. 
Eenmaal de pilotlijn gevangen, dan bind je die aan de lange blauwe lijn, die wij aan boord hadden. Uiteindelijk ging die lijn naar de wal,  maar dat gebeurt niet direct. Eerst moet je nog een stuk de sluis invaren; de mannen aan de kant lopen mee met de pilotlijn in de hand. Eenmaal bij de bolder gooien ze de lijn eromheen en kun je die aantrekken en op spanning zetten. Dan heb je even rust.
Natuurlijk doe je dat niet met z'n tweeën. Er moeten 4 linehandlers aan boord zijn en daarnaast de stuurman. Linehandlers kun je inhuren net zoals extra dikke landvasten en stootwillen. Maar zoals zoveel schepen doen help je elkaar. Wij hadden Claude en Theres van zeiljacht Swisslady aan boord, we hadden ze al op Curaçao ontmoet en toen al een beetje afgesproken dit samen te doen, zij bij ons en wij bij hun. Daarnaast vonden we nog een vierde linehandler, onze 'buurman' Matt in Shelter Bay die al eerder ons hielp met nieuwe stuurautomaat. Ook hier was hij een welkome gast, niet alleen omdat hij een week eerder ook al met een ander schip was meegevaren, maar ook omdat hij van beroep schipper was bij de Amerikaanse kustwacht. Die hoef je niet uit te leggen hoe een schip door een sluis te brengen.
Zo voeren we rustig de sluis binnen, Yolanda deed de voorlandvast, en Matt de achterste. Ik hoefde alleen stand by te zijn achter het stuurwiel. De deuren sloten achter ons en we gingen snel 10 meter omhoog, na de laatste sluis waren we totaal 30 meter gestegen. Achterom kijkend zag ik de lichten van het land lager gelegen, dat zie je anders nooit vanaf je boot. Het is een prachtig uitzicht, voordeel van het avond schutten.

Impressies van het Panamakanaal
Na de sluizen voeren we het Gatunmeer op en legden aan bij een mooring, een pilotboot kwam de advisor ophalen en wij konden nog een beetje nagenieten.
De volgende ochtend om half acht kwam de nieuwe advisor aan boord, en voeren we richting de Miraflores sluizen. Ook deze advisor was een vriendelijke man die ook veel vertelde over het gebied, en ook wat de grote schepen dienen af te rekenen, zo'n slordige 800.000 euro! dan mochten wij nog niet mopperen met ons bedrag ( al deden we dat stiekem wel).
Het was een mooie route die we voeren over het Gatunmeer, een ecologisch natuurgebied met veel eilanden, maar ook brulapen en krokodillen. Jammer genoeg mag je hier alleen met een gids door heen varen, en niet een extra dag ankeren. Dat zou ook niet handig zijn, want de kans dat je je anker in resten van bomen zou gooien was reëel. Het Gatunmeer is ontstaan door de aanleg van het Panakanaal. Op de eilandjes die de vaarweg omringen, onbewoond door mensen, zijn wel veel vogels, die, heel bijzonder niet van hun eiland afgaan. Het water om hun gebied is betrekkelijk nieuw voor hen, dus hun leefgebied is door al het water behoorlijk ingeperkt. In dit gebied wordt ook veel onderzoek gedaan, en dat  zijn de enige mensen die rondvaren. Wij stoomden dus door naar het volgende sluizen complex. Nadat we het Gatunmeer achter ons gelaten hebben, voeren we het gegraven kanaal op. Maar het lijkt alleen meer op een natuurlijke rivier met oevers, we zagen er zelfs nog krokodillen op liggen. Langs de oevers was het wat heuvelachtig, maar de advisor vertelde dat er bergen stonden die destijds bij het aanleggen van het kanaal gedeeltelijk opgeblazen waren om een doorgang te vormen. Dit was dan ook het lastigste deel van de aanleg.
Inmiddels waren we bij Miraflores sluizen aangekomen. De routine was nu wel bekend, dus we gingen daar soepeltjes doorheen. Bij de laatste sluis was een hoog gebouw met vele dagjesmensen op het hoge terras om de boten door de sluizen te zien gaan.vrolijk zwaaiend gingen we de laatste sluisdeur door.


Je verwacht na het openen van die laatste sluisdeur die oneindige grote blauwe Pacific te zien, lonkend naar nieuwe avonturen. Maar eigenlijk viel dat wel een beetje tegen, het leek meer op de Maasmond, overal container terminals, drukke scheepvaart en bruin water. Nee het Pacific gevoel hebben we nog niet, daar moeten we nog aan werken!





donderdag 13 januari 2022

San Blas eilanden december 2021.

5 Graden stuurboord, roept Yolanda vanaf de navigatie hoek. 5 Graden stuurboord herhaal ik vanaf het roer en stuur bij.
Het is half tien 's avonds en al stikdonker, de maan is er nog niet bij. Tegen onze principes in gaan we in het donker ankeren en nog wel in een onbekend gebied met veel riffen en ondieptes die niet op de boord plotter staan. We hebben van een bevriende zeiler in Santa Marta tracks gehad die we in een navigatie programma op de computer kunnen lezen. En met behulp van een GPS muis zien we exact waar we zijn. Via de boord radio hebben we schip opgeroepen die in de baai al voor anker ligt. Zij doen hun deklichten aan zodat we weten waar we uit moeten komen. Zo navigeren we de baai in en bij een diepte van 8 meter laten we het anker met een lichte plons in het water zakken, laten de boot wat achteruit lopen zodat het anker goed pakt. We merken al snel dat de boot goed vast ligt. Motor uit: rust!
We hebben nog wat radiocontact met andere boten in de baai, en oogsten lof voor deze actie." You crazy dutchmen liggen wel 50 meter naast het rif", roepen ze met een lach.
We hebben nog even tijd voor een aankomst borrel en genieten nog even na van deze actie.
Ah, moet je nu eens kijken, roepen we de volgende ochtend, een prachtige eiland met een parel wit strand, onze witte kerst! Nu pas zien we goed waar we aangekomen zijn, inderdaad dicht naast het rif, we zien de golven er boven breken.
De San Blas eilanden is een eilanden groep voor de kust van Panama en bestaat uit kleine tot zeer kleine eilandjes die grotendeels onbewoond zijn. De oorspronkelijke bewoners zijn de Kuna indianen, ze wonen soms in een gezin op een eiland, of helemaal alleen. Ze zijn reuze aardig, je mag altijd wel op hun eiland rond kijken, hoewel je daar soms 2 dollar per persoon moet afrekenen, maar dan is het ook wel "jouw eiland', zoals het hoofd van de familie op Isla Maquie ons vertelde.
De eerste dagen brachten we dus op ons eigen tropisch eiland door. Vera, Jeroen van de Philos stonden ons op te wachten toen we met onze nieuwe dinghy op het strand aankwamen. Bruno stond vrolijk ons toe te blaffen, het was weer gezellig en weer heerlijk om geankerd in een baai te liggen in plaats van een marina.
De volgende dag was eerste kerstdag, dat voelt hier toch anders dan in Nederland, we hebben er dan ook niet veel aandacht aan besteed. Wel de Amerikaanse buren voor de borrel uitgenodigd, bijzonder vriendelijke mensen.
Het is hier mooi en rustig, we besluiten nog een paar dagen te blijven, snorkelen en andere eilanden bekijken.
Ook komt er een local bootje aan met een gezin, ze verkopen Mola's,  een handwerk van verschillende lagen stof, in allerlei patronen. Ze zien er mooi uit en we kopen er een van haar.  De hele familie kwam langs in een bootje. Overigens ruilhandel is er niet meer bij hier, ze willen keiharde valuta, US dollars en als het er nog is een flesje Coca cola, met pennen of kleurpotloden hoef je niet meer aan te komen. Helaas hadden we geen cola om te geven. Sowieso valt het op dat hier meer toerisme is dan we verwacht hadden, een groot deel van de boten zijn lokale charters met voornamelijk Amerikaanse toeristen. Dat hadden we niet verwacht, uit de verhalen die we gelezen hebben hadden we opgemaakt dat het nog grotendeels onbedorven zou zijn. Maar goed dit brengt wel meer inkomsten mee voor de lokale bevolking dan die enkele zeiler met een krap budget, ik geef ze geen ongelijk. Maar de romantiek is er wel een beetje vanaf.
"Wij gaan vanmiddag vuil verbranden op het strand, willen jullie ook komen", vraagt onze Canadese buurman. Breng ook een biertje mee of zo. Weer iets heel nieuw voor ons, vuilverbranding. We hebben ons afval keurig opgeborgen en willen dat van de hand doen in de eerst volgende haven, maar waarom niet, klinkt gezellig en of het nou hier verbrand wordt of op het land. Per slot van rekening doen de eilandbewoners het zelf ook. We gaan er geen met wat afval en wat drinken, als we er zijn komen ook nog 2 andere Canadese zeilers. De fik gaat erin en de drankjes ook, maar echt gezellig vinden het niet. Deze mensen zijn overwinteraars, ze komen hier al 20 jaar elke winter, en dat geeft andere gesprekken en sfeer. Niet aan ons besteed, we spreken ze nog een paar keer en gaan ook nog een keer mee op hun dagelijkse snorkel uurtje, we gaan ze niet missen als we later de baai uitvaren. Op weg naar Cocos Bandero, bestemmingen waar we van gedroomd hebben.
Als we daar aankomen treffen we een klein eiland met een piepklein 🏝️ ernaast. Een witte pannekoek met 4 palmbomen, Yolanda's droom komt uit om even helemaal alleen op een onbewoond eiland te zijn.
We gaan het wat grotere eiland op en ontmoeten Ronaldo, een oude man die daar alleen woont en een beetje met visgerei aan het rommelen is. Van koraal maakt hij daar handige dingen voor. Morgen gaat hij naar een groter eiland om oud en nieuw te vieren, verder komt hij een beetj als een Robinson Crosoe, wel erg aardig. Maar het eiland mogen we rustig over lopen.
We liggen tussen 2 eilanden geankerd, een stukje verderop beuken de golven van de Caraïbische zee op het rif, we liggen rustig in een lekker verkoelende wind, maar het is net of je naast de A 2 geankerd bent met dat monotone geluid. We ankeren ook nog bij de andere ankerbaai van Cocos Bandero, hier is het veel drukker met andere jachten, niet alleen de cruisers maar ook charter boten met vakantiegangers. Dit heeft een hele andere sfeer, het is oudjaarsdag en 's avonds worden er een tiental gasten op een eilandje afgezet die er flink gaan feesten. Na twaalf uur willen ze eigenlijk wel weer naar hun boot, maar komen ze er achter dat ze de retourtocht  niet geregeld hebben. Grote paniek en hulp geschreeuw, uiteindelijk komt er hulp en worden ze weer aan boord gebracht.
Wij trekken ook weer door en komen op East Lemmons Cays uit, dat blijkt de uitvalsbasis te zijn voor de charters, dus druk maar verder prima hoewel dit toch niet helemaal overeenstemt  met de onze dromen over de paradijselijke eilanden.
Hier nemen we ook afscheid van Vera, Jeroen en Bruno, de Philos  gaat weer terug de Atlantic op, en wij gaan richting Panamakanaal en Pacific.
Dit is het bijzondere van deze reis, je ontmoet nieuwe mensen, maakt nieuwe vrienden waar je vervolgens veel mee optrekt,  en dingen mee deelt in de vreemde wereld maar die je na enige tijd weer helemaal los moet laten. Soms kom je elkaar toevallig weer tegen, wat dan vreselijk leuk is, maar meestal niet meer. Toch zeggen we geen vaarwel, maar tot ziens, ook om het voor ons te verzachten.

maandag 1 november 2021

martinique

Martinique, januari-mei 2021


Aankomst Martinique, ankerbaai bij Le Marin

De eerste weken op Martinique hebben we ons vooral toegelegd op het groot onderhoud, de boot is al een paar jaar niet uit het water gehaald, de antifouling moet weer aangebracht worden. Daarnaast moet het probleem van de gebroken roerbouten opgelost worden, en ook dat kan alleen als de boot op de kant staat. Verder zijn we niet helemaal tevreden met de opbrengst van de zonnepanelen, ook daar willen we eens goed naar kijken. Elke dag de motor aanzetten om de accu's weer op peil te krijgen is NIET leuk, het maakt lawaai, kost diesel en is bovenal slecht voor het milieu. Ook omdat eiland hoppen nog steeds niet mogelijk is zonder quarantaines en dure pcr-testen, besluiten we voorlopig hier maar even te blijven. 

We halen overal onze informatie op zowel lokaal bij Carib Metal, als bij Jefa steering in Denemarken en Remco Sol, de bouwer van de boot. Ook Arjan de Boer van AJB Yachting en onze walkapitein Arie, hadden goede adviezen. Iedereen werkte goed mee, heel erg fijn. Bij Carib Metal hebben we regelmatig een gesprek met Pilo, een vreselijk aardige en kundig technicus. Hij haalt ons ook over om een frame achterop te laten maken voor een groot zonnepaneel in plaats van panelen aan de zeereling. Wij zijn huiverig om het sportieve uiterlijk van de boot aan te tasten, maar hij verzekert ons dat het mooi in lijn van de boot zal blijven. 

Daarnaast maken we afspraken met de werf om de boot uit het water te halen. Alles lukt goed, maar het is wel druk, we moeten wel een paar weken wachten voor dat alles gepland is.

Ook zelf hebben we nog wel wat klussen te doen zoals groot motoronderhoud, zeilen reparatie, de luikafdichtingen nazien en een nieuwe hoes voor de bijboot en de gebruikelijke kleine dingen die je dagelijks ontdekt.













Intussen gaan we wat van de omgeving van Le Marin bekijken, maar het eiland verder verkennen doen we als alles afgerond is. Aan boord is nog genoeg te doen.

Na enige tijd gaat de boot op de kant en kunnen we aan de slag, poetsen en schilderen is wel wat naders in deze hitte, maar het is te doen. Het roer te laten zakken is wel een probleem, de roerkoning zit muurvast. Gelukkig helpt Pilo mee, en met behulp van een forse poelietrekker lukt het om er beweging in te krijgen. Als het roer naar beneden is wordt de oorzaak van het probleem duidelijk. Het gat waar het bovenlager inzit is te groot, bij de montage heeft men dit met kit opgevuld, maar dat is inmiddels vergaan. Een wat knullige productiefout die we van de Winner werf niet verwacht hadden. We lossen het op dor het gat met polyester op te vullen totdat het bovenlager precies past en de bouten alleen maar de functie hebben om de zaak op zijn plaats te houden. En ook gaan we iedere keer als de boot de kant op gaat, het roer even laten zakken en inspecteren. Zo leer je iedere keer wat.

Het frame voor het zonnepaneel is gemonteerd. De grote kraan er naast staat er voor de show bij....

De boot kan het water weer in en we kunnen wachten totdat het frame klaar is. Het zonnepaneel is al aangeschaft, de bekabeling en de regelaar kunnen we alvast aan gaan leggen en aangesloten worden. Als dan enige tijd later het frame meren we nog voor een dagje af bij de werf, waar deze gemonteerd wordt. Hiervoor is een deel van ons achterhek afgezaagd (dat doet echt pijn!), en er is een dikkere buis opgelast. Nu hebben we stroom genoeg, dachten we, maar helaas, er wordt amper bijgeladen! Blijkt na veel onderzoek en hulp op afstand van Bob, dat de laadstroom naar de startaccu gaat! Gelukkig is dit snel verholpen. Het resultaat is geweldig, we hebben stroom genoeg voor alles en hebben zelfs nog over om de waterkoker te gebruiken, dat scheelt heel veel gasverbruik.

De bijboot krijgt een UV beschermhoes.



Nadat de klussen geklaard zijn gaan we naar de baai van St Anne, waar we een mooie ankerplek vinden met uitzicht op Club Med. Omdat dit resort gesloten is vanwege de Covid, kunnen we gebruik maken van het prachtige strand, wat ook een leuke snorkelplek bleek.  Ook hebben we daar mooie wandelingen gemaakt over het schiereiland met de mangroves en naar de oostzijde van het eiland waar de Atlantische Oceaan op losbeukt. Martinique blijkt een in landschap veelzijdig eiland te zijn, soms dor, vulkaanebied, soms met hele weelderige bossen, waarin lopen echt een kunst kan zijn. Zeker als het dan ook nog keihard regent, want juist, daarom is het bos zo groen.

Boswandeling
Waterpunt langs de weg, zo uit de heuvels









Met name bij St Anne hadden we regelmatig contact met andere zeilers van over de hele wereld, en natuurlijk ook uit Nederland, en regelmatig zaten we bij elkaar op de borrel.

Sunset over over de ankerbaai


Slaven monument

Ook huren we nog een auto om heel Martinique te bekijken, we maken hier we mooie wandelingen en zien prachtige watervallen, waar we dan ook wel onder willen staan. Onze uitstapjes met de auto lukken nog net op tijd, de Covid besmettingen gaan ook hier pieken, waardoor er veel dicht gaat en je niet ver mag reizen.

Afkoelen onder de waterval
















De lock down-controle op zeilboten is gelukkig niet streng en we gaan weer zeilen om andere baaien aan te doen. De mooiste is toch wel Anse Noir, een kleine baai met zwart zand. Met name op de door-de- weekse dagen was het erg rustig en vaak hadden we de baai voor ons alleen. Ook was dit een super mooie snorkelplek, de zeeschildpadden zwommen om je heen.


Ankerbaai Anse Noir, met het zwarte vulkaan strand


Lokale vissers in Anse Noir met hun speciale vistechniek









Zeilend langs Diamant Rock was erg imposant



De rijdende groenteboer, met overheerlijk fruit, 



Het resultaat

Inmiddels is op Martinique het vaccinatie programma opgestart, alleen de lokale bevolking geeft er niet veel gehoor aan. Hierdoor ontstaat er een overschot en die willen ze gelukkig wel kwijt aan geïnteresseerde zeilers. Wij maken daar dankbaar gebruik van, hoewel dat wel betekent dat we wat langer op Martinique blijven, maar dat hebben we er graag voor over. En nog voordat we in Nederland aan de beurt zouden zijn geweest, zijn we hier volledig gevaccineerd met het Pfizer vaccin! Dat was heel fijn, maar kostte toch wel zo’n zes weken. Het weer gaan zeilen lokte, maar we moesten nog even geduld hebben. Zo stond Guadeloupe op het lijstje en ook St. Vincent en de Grenadines. De eerste werd vanwege de Covid weer gesloten, en op St Vincent, ongeveer 100 kilometer van ons verwijderd, besloot de vulkaan La Soufriere uit te barsten: het werd zelfs zwart van de as op onze boot. Dus ook geen eiland om te bezoeken.


Gevaccineerd op Martinique


Inmiddels hebben we onze tweede vaccinatie ook gekregen en kunnen we verder. Op Grenada hoef je niet meer in quarantaine als je volledig gevaccineerd bent, dat geeft hoop. We maken nu het plan om door te gaan naar het eiland Carriacou, deel van Grenada, om vervolgens naar Grenada te gaan . Van daaruit dan door naar Bonaire en Curaçao, om veilig te schuilen voor de orkanen in het orkaanseizoen. De andere eilanden in de Carieb zullen we dus (nog) niet aandoen, op zich wel jammer, maar dat is dan maar zo.

Hoewel Grenada dus wat soepeler is naar reizigers, is het toch wel een gedoe om er te komen; zowel een PCR test op Martinique als bij aankomst op Carriacou is vereist. Op Martinique is die gratis maar op Carriacou kost die 150 USD pp. Daarnaast moet je vooraf alles online toestemming vragen en aanmelden. Ontspannen eiland-hoppen is er nog steeds niet bij. Maar het lukt en op 20 mei kunnen we vertrekken.   


Vertrek uit Martinique



vrijdag 23 juli 2021

 

Suriname 21 november 2020, 9 januari 2021.

 

Ons verblijf in Nederland was dus niet twee weken, maar tien maanden. De polsbreuk was absoluut niet genezen toen het gips eraf kwam, en de arts gaf aan een complexe operatie te moeten uitvoeren. Dat was de eerste vertraging, we moesten de terugreis uitstellen tot begin april. Maar vanwege de plotselinge corona uitbraak ging alles op slot en konden we voorlopig niet meer terug!!

 Gelukkig konden we logeren bij familie en vrienden, vooral fijn was het om een aantal maanden in het huis van Lisette en Rutger in Utrecht te blijven omdat zij in Thailand vast zaten. Het enige voordeel van dit alles was dat Yolanda voldoende tijd en gelegenheid had voor de revalidatie, en herhaal-bezoeken in het ziekenhuis. Ook konden we in de zomermaanden met de motor naar het appartement in Les2Alpes waar we nog mooie motortochten en bergwandelingen gemaakt hebben.

In Les 2 Alpes

Op de motor de Galibier op

Onderweg naar Lac de La Muzelle

 

Dit verzachtte het gemis van de reis en de boot wel een beetje, maar de onzekerheid wanneer we weer terug kunnen was bijzonder vervelend. Temeer dat we heel weinig bagage bij ons hadden en de boot niet 'geconditioneerd' hadden. Gelukkig hield Noël de zaak goed in de gaten en ook andere zeilers die langs kwamen controleerde de boot, de zeilen die we er nog op hadden staan werden zo ook door andere zeilers eraf gehaald. Dat was weer een zorg minder.

Niettemin waren we voortdurend druk in de weer om toestemming te krijgen toegelaten te worden in Suriname. Zowel Jos als Noël hielpen ons daarbij, maar vooralsnog lukte het niet, het desbetreffende bureau reageerde niet op mails, app's en de telefoon werd niet eens opgenomen.

Ook namen we contact op met de Nederlandse ambassade, die konden aanvankelijk ook niets doen, maar gelukkig kregen we contact met de consul, en kreeg het uiteindelijk wel voor elkaar. 21 november konden we terug met speciale toestemming op een repatrianten-vlucht.

 


Langzaam daalt het vliegtuig en zien we de Suriname opdoemen. We gaan al een beetje bekende plekken herkennen. We kunnen niet wachten tot we het vliegtuig uit mogen, helaas zullen we nog even moeten wachten. De passagiers mogen rij na rij het vliegtuig verlaten om vervolgens op het vliegveld de diverse Covid-procedures te doorlopen. Uiteraard zijn er mensen die niet willen wachten en toch zich naar voren dringen, ze worden door het cabine personeel weer teruggestuurd.

Het heeft voor ons nogal wat voeten in aarde gehad om met deze repatriantenvlucht mee te mogen. Suriname laat sinds maart 2020 geen buitenlanders meer het land in, ook wij niet, hoewel onze vele verzoeken om terug naar onze boot/huis te mogen. Mails en app’s werden niet beantwoord, telefoons niet opgenomen. Ook het consulaat in Amsterdam kon ons niet verder helpen, we werden er wanhopig van. Uiteindelijk hebben we contact opgenomen met de Nederlandse ambassade in Paramaribo, die konden ons ook niet verder helpen. Gelukkig na een mail waarin we aangaven ten einde raad te zijn, werd de consul ingeschakeld, toen ging het snel. Met twee weken zaten we in het vliegtuig.

Dat waren wel twee hectische weken, we stonden eigenlijk al 10 maanden hier al klaar voor maar de diverse dingen we wilden meenemen stonden op diverse plaatsen opgeslagen. Daarnaast moesten er nog zaken geregeld worden zoals tandarts bezoek, fysio, PCR test, quarantaine in Suriname etc. Maar we waren erg blij terug te mogen dus we hadden het er graag voor over. En op 20 november om 7 uur s ’morgens stonden we op een leeg Schiphol voor een overdrukke incheckbalie, ook weer een onwerkelijke beleving.


Na een uur wachten in het vliegtuig zijn wij er dan ook aan de beurt om de procedure te doorlopen en gaan we de vliegtuig trap af. De warmte komt als de spreekwoordelijke warme deken op je af maar gelukkig kunnen we doorlopen tot in de hal en hoeven niet in de zon te wachten.

Als alles in orde is mogen we door. We hadden graag gehad dat meneer Lok van taxi bedrijf Rishi ons op kwam halen maar de autoriteiten geven alleen bepaalde taxibedrijven toestemming om passagiers te vervoeren. We stappen in een taxi met een flink gezette chauffeur, hij is aardig en vertelt ons wat over de situatie in Suriname. We begrijpen dat de schrik voor corona hier er flink inzit. Op eens slaat de schrik toe bij de chauffeur en raakt hij lichtelijk in paniek, Hij heeft zijn vogeltje in het kooitje op het vliegveld laten staan. Veel mensen houden hier een zangvogeltje in kooitjes, elke zondag morgen verzamelen ze zich op het grote grasveld bij hetrgeringsgebouw in Paramaribo. Er wordt druk gebeld en ergens onderweg stopt hij en spreekt iemand aan, die wil zijn vogeltje wel even ophalen, dat geeft weer rust in de taxi.

Na een klein uurtje rijden en de onze eerste tropische regenbui sinds lange tijd arriveren we op Marina Waterland. Noël wacht ons al op, het bier en de frieten staan al klaar, een warm welkom.

 

De Windsong is weer snel opgepoetst

Als we de volgende morgen wakker worden schrikken we toch wel wat als we onze bruin uitgeslagen boot bij daglicht zien. Veel werk aan de winkel, vanwege de quarantaine die we op boot mogen uitzitten hebben we daar nu wel voldoende tijd voor, als ook het achterstallig onderhoud inhalen. We maakten ons flink zorgen om de watermaker die we niet geconditioneerd hadden achtergelaten, maar gelukkig na de diverse spoelbeurten blijkt die gewoon goed te werken.


Langzaam als de dagen voorbij gaan wennen we weer aan de tropen; brulapen, luiaards, vogels en helaas ook de muggen. Niettemin zijn we blij weer op onze boot en in Suriname te zijn.

Na 10 dagen is de quarantaine voorbij en mogen we vrij rond lopen. We zien weer de mensen die we tijdens ons vorig bezoek ontmoet hebben, ook komt Peter, de consul die ons geholpen heeft, met zijn vrouw Ank langs, we hebben een aangename middag.

Omdat we nu ook weer zelf kunnen rijden huren we een auto bij Rishi en kunnen zelf op pad en de dingen gaan zien die we de vorige keer moesten laten lopen.



Zo komen we weer langzaam in ons reisritme, we bezoeken prachtige plekken zoals ondermeer Fort Amsterdam, plantage Peperpot,  de Jodensavanne, Atjoni en maken een mooie korjaaltocht in de stroomversnellingen bij Bakaboto. Met Herbie en Maddie van het Amerikaanse zeiljacht Wisdom bezoeken we Brownsberg, de enige tocht die we met een gids kunnen doen. Vanwege de Covid restricties is er nog veel gesloten.

Plantage Peperpot



Plantage Peperpot


Plantage Peperpot
Jodensavanne


Jodensavanne


Kruispunt Atjoni

Op weg naar Bakaboto

Korjaaltocht op de rivier

Zwemmen in de stroomversnelling

Brownsberg

Brownsberg

Met Herbie en Maddy naar Brownsberg

Ook het dagelijks leven gaat door, we doen zelf onze boodschappen in die typische Surinaams-Chinese supermarkten, maar ook op de vers-markten langs de weg. Het valt ons telkens weer op hoe vriendelijk en hartelijk de mensen hier zijn.

Met kerstmis houden we een barbecue op de haven met de bemanning van de Choctaw en de Zeevalk, en dat doen we dunnetjes over op oudejaarsavond. Het is rustig op de Marina vanwege de lockdown, maar het vuurwerk bij de Bouterse buren is overweldigend.

 

Langzaam maken we ons op weer door te gaan, het kriebelt om weer op zee te zijn. Aanvankelijk wilden we naar Trinidad-Tobago, maar dat is nog steeds gesloten. Grenada is een mogelijkheid maar  met alle verplichte en dure PCR testen en lange quarantaine tijd niet erg aantrekkelijk. De keuze valt op Martinique. Na een ruim een jaar gaan we weer zeilen!!

 



Hindu begraafplaats in Paramaribo

 

 

Zonsopkomst over de Suriname rivier

 

Op 6 januari, vertrekken we uit Marina Waterland, uitgezwaaid door het team van de Marina en de bemanningen van de Choktaw en de Zeevalk, gaan we stroomafwaarts de Suriname rivier af. We passeren de vele nu voor ons bekende plekken die we zelf bezocht hebben.

Tegen de avond zijn we de riviermonding uit, we melden ons nog af bij de Kustwacht, die ons een een goede reis wenst en graag tot ziens! Met enige weemoed dat we altijd hebben bij vertrek zwaaien we nog even naar het Suriname en bedanken we de o zo vriendelijk bevolking voor de gastvrijheid. We zijn weer op de oceaan, hoewel het eerst nog wel wat als de Waddenzee uitziet met bruin water en vele ondieptes.

 

De tocht valt wel wat tegen, de zee is onrustig, en de wind komt meer van voren dan van opzij. Lang niet gevaren te hebben eist zijn tol, Yolanda wordt zeeziek en zou dat de hele reis van drie en een halve dag blijven. Ook krijgen we water binnen door de luiken, In Suriname zijn er tijdens de tropische regenbuien bakken water overheen gegaan zonder te lekken, maar dit is toch heftiger. Provisorisch proberen we het wat schoon te maken en in de rubbers in te smeren, maar helemaal dicht zijn ze toch niet. Weer een leermoment! Een ander probleem is het afbreken van de bouten van het roerlager. Zeker iets om op Martinique grondig aan te pakken

Na een toch redelijk snelle overtocht komen we na die en een halve dag aan bij Martinique. Als we de baai bij Le Marin binnen varen komt net onze Hollandse trots, de zeilende vrachtvaarder Tres Hombres naar buiten varen, we begroeten elkaar in het Nederlands. Het is een prachtig gezicht als we elkaar passeren.

De Tres Hombres vaart uit

 

Ankerbaai Le Marin



We gaan in de baai voor anker en rusten eens goed uit van de tocht. De volgende ochtend gaan we het land op en kunnen we ons weer verwennen met Frans eten in de supermarkten. Ondanks de Corona is er toch redelijke vrijheid hier.

We gaan ons opmaken voor groot onderhoud de komende tijd.