vrijdag 25 oktober 2019

Van Bayona naar Culatra


Dit nieuwe verslag komt voor ons al van een bijzondere plek, namelijk Porto Santo. Voor deze reis had ik hier nog niet eerder van gehoord, maar dit is een klein eiland op 40 zeemijlen, zo’n 75 km afstand van Madeira. Pas toen we er na 4 dagen en 3 nachten varen aankwamen, realiseerde ik me pas goed dat we op de hoogte van Marokko zijn aangekomen, en dan wel zo’n 500 zeemijlen vanaf het vaste land van Europa: we zijn Europa dus uit!

Maar ik zal het verhaal  beginnen waar ik gebleven was: het totaal onverwachte bezoek van Eva op mijn verjaardag. Na een lekker ontbijt, desayuno in het Spaans, met zijn 3-en in een restaurantje in Vigo, zijn we gaan shoppen in de stad. En in grotere Spaanse steden zijn er wel heel veel kledingwinkels: kortom pashokje in en uit, en uiteindelijk met een aantal luchtige shirts weer terug aan boord gekomen. Met zijn 3-en hebben we toen (“toen pas” hoor ik velen van jullie lezers al zeggen) het boek opengemaakt wat we op onze uitzwaaiborrel hebben gekregen, en waar van (bijna) iedereen een polaroid foto in stond, met een wel heel lieve tekst erbij. Dit was een heel mooi moment, om dit zo met Eva erbij te hebben: wat hebben we genoten, en tja, wat missen we mensen ook….


In de oude stad van Vigo hebben we een verjaardagsetentje gehad, in een restaurantje met veel Spanjaarden, en het eten was zo goed, dat we daar de laatste avond van Eva bij ons maar weer naar toe zijn gegaan. Met Eva zijn we de volgende ochtend (het waaide in de middag nogal fors) naar Isla Cies gegaan, een ander eiland waar een ankervergunning voor nodig is. Eva werd gelukkig meteen getrakteerd op dolfijnen om de boot. Helaas was de wind een beetje een spelbreker om daar relaxed voor anker te gaan en gelukkig lag net in de ria een mooie anker plek, met strand en zon: het water was alleen te koud om een duik te nemen. De volgende ochtend terug naar Cies, en op een prachtige plek, tussen 2 delen van Cies, kunnen ankeren.

 Cies is een prachtig bounty-achtig eiland, waar we alle wandelpaden wel zo’n beetje van gelopen hebben, met prachtige doorkijkjes naar het blauwe water van de oceaan. Ook hier waren de beschermde meeuwen wel heel fanatiek als het erom ging hun kroost te beschermen… Op een wandelpad zagen we vanaf het water hoe mensen rustig wandelend het opeens op een lopen moesten zetten, om de aanvallen van meeuwenouders snel voorbij te zijn. Zelf hebben we hier in onze tocht naar de vuurtoren gelukkig geen last van gehad, maar wel heel veel jonkies gezien, die allemaal wat bang op het puntje van een rots stonden: ga ik nou wel vliegen of niet, en tja, als de ouders geen krabbetjes meer brengen zullen ze wel moeten…


Onze ankerbaai bij Isla Cies


Ontspannend terugzeilend








Na 2 dagen Cies, moesten we helaas weer terug naar Vigo, lekker zeilend, en Eva achter het stuurwiel op de Atlantische Oceaan, alsof ze het al jaren deed. De volgende ochtend ging de vlucht van Eva al heel vroeg, 5 uur, de bestelde taxi kwam precies met ons aan op de afgesproken plek, en tja, dat was het einde van een heel leuk en onverwacht bezoek! Nadat we nog maar wat onze kooi hebben opgezocht, hebben we schoon schip gemaakt, gewassen, zout van de boot gehaald met lekker zoet leidingwater (een van de genoegens van in een haven liggen…), om in de middag ons havenplekje in te ruilen voor een ankerplekje aan de overkant van de Ria de Vigo, voor het strand van Moana.

Zondag 21 juli Moana
Onze privé ankerbaai
Moana is een lief klein plaatsje waar veel mensen werkzaam zijn in de visserij. Wij lagen vlak naast een veld van Viveros ( eilandjes van hout waar mossels in gekweekt en geoogst worden). Het strand was bij hoog water goed gevuld met mensen, die ook in het water te zien waren, en duidelijk plezier hadden en niet onder de kou leken te lijden. Eigenlijk was dit wel raar, omdat iets verder op in de ria, het water echt te koud was om te zwemmen. Bij laagwater zagen we steeds allemaal mensen in het water staan, en lopen: het bleken allemaal vrouwen te zijn, die schelpen, met de bewoners erin uiteraard, aan het oogsten waren; ze waren goed aangekleed met laarzen en waterdichte broeken om zo lang mogelijk bij het opkomend water te kunnen blijven werken.
Trotse vissers die graag wilden poseren


Na een paar uur hadden ze dan 2 zakken vol geoogst. De verklaring voor het warme zee water lag er dus in dat dit stuk van de ria heel zachtjes afliep en het water dus goed door de zon opgewarmd kon worden bij hoog water. Nadeel voor ons van dit lange diepe strand was dat we vaak lang moesten lopen met ons bijbootje. En dat is best zwaar met een motortje erachter hangend… Ook hadden we daar bijna dagelijks tegen de avond, een klein vissersbootje “Monica” bij ons in de buurt: 2 mensen aan boord, een man en een vrouw (wij noemden haar dus maar Monica), die 3 tot 4 keer een net uitgooiden in een cirkel, om het vervolgens weer in een heel rustig tempo binnen te halen, met de oogst erin. Kortom, het was een hele mooie ankerplek, waar heel veel gebeurde, en waar we maar als enige bootje geankerd lagen voor een aantal dagen.







Woensdag 24 juli: naar de laatste Spaanse Ria, Ria de Bayona

Naar Bayona was maar een klein stukje de ria uit en om de hoek weer naar binnen. Wij hebben de lange weg genomen. Korte weg was door een wat nauw stukje tussen de kant en een rotsenpartij, en dat zou prima kunnen. Maar: we gingen al best wel hard, en steeds harder op dat stuk, en ondergetekende kreeg er een beetje de zenuwen van… We hebben dus een heel eind omgevaren, waarbij met het beter worden van het zicht op de “nauwe” doorgang, wel bleek dat die omweg niet had gehoeven, maar ach, zo leer je wat.


Bayona verwelkomde ons met een mooi blik op de vesting. De Marina, waar we naar toe gingen was daaronder gelegen, een mooi plekje dus. De Pinta, een replica van een van de schepen van Columbus lag daar ook. We kozen in de Marins wel voor een goedkoop plekje, waarbij we met het achterschip aan de steiger lagen, en met 2 lange lijnen vanaf de kant aan het voorschip, een gedoetje waarmee we gelukkig door een marineros geholpen werden. Op het havenkantoor schrokken we behoorlijk van de prijs van die plek, zo'n 40 euro, waarbij we maar eens benadrukten dat we aan de gewone steiger lagen. “Ja", zei ze zonder blikken of blozen, “de andere steiger is 58 euro, dat klopt dus”. Toen zijn we maar meteen de volgende ochtend voor anker gaan liggen net buiten de Marina. De ankerplek, die volgens onze pilot (een boek waarin  alles staat over havens, hoe deze aan te lopen, ankerplekken etc), bevuild was met allerlei viezigheid aan niet gebruikte lijnen, ankerbollen etc, bleek een prima plek te zijn. Met ons bijbootje mochten we uiteraard niet de oude marina in, maar de bewaker van een andere jachthaven vond aanleggen aan zijn steiger geen enkel probleem. Zo zie je maar weer. We hebben hier nog een tijdje gelegen, tot ons plezier. De was aan de kant gedaan in een wasserette, waar het erg druk bleek. De eigenaresse had dat wel goed geregeld, we mochten de tas achterlaten, en na 2 uur weer ophalen. We verwachtten een tas met nat gewassen spullen terug te krijgen, maar alles zat droog en keurig opgevouwen in de tas , muchas gracias! Hier was ook onze kennismaking met Erik en Inge, Belgische vertrekkers, van de Jest, waarmee we onze reis tot nu toe konden delen, supergezellig aan boord.
Lopend langs het fort van Bayona zag de zee er prachtig uit, leuk om met je surfboard over heen te gaan, maar absoluut niet om hier met je zeilboot te zeilen. Veel rotsen ook nog, en nog niet al te veel ervaring met dit soort dingen, maar Ad bood uitkomst: wij varen wel een heel stuk van al dat geweld af hoor, en dat was ook zo. De volgende dag hebben we Bayona uitgezwaaid om koers te zetten naar
De zuidzijde van Bayona 


PORTUGAL! Vanaf 28 juli 2019


We kwamen aan het einde van de middag aan in Povoa de Fazim, een van oorsprong vissersdorp, maar nu ook echt een toeristenoord. Gelukkig lag dat een beetje geconcentreerd aan de andere kant van het stadje. Het oude vissersgebied was nog mooi intact, smalle straatjes, veel kleine huisjes, met dito kleine winkeltjes. Die winkeltjes waren er dan opeens, geen uithangbord of andere aanwijzing dat er een winkel was; als je er langs liep zag je het pas. We hebben er goed onze inkopen kunnen doen, en konden rustig wennen aan de melodieuze klanken van de Portugese taal. Geschreven en gesproken taal zijn in Portugal 2 heel verschillende dingen, begrepen we al snel. In dit gebied zagen we ook op diverse plekken aankondigingen van overlijden hangen, en bewoners er naar kijken. Frappant was dat de diensten alle 3 op dezelfde dag in de zelfde kerk waren, na elkaar. Best druk voor zo’n kleine plaats…. In de Marina hier waren de prijzen gelukkig weer normaal, en hier leek ankeren ons echt niet aan te raden. We lagen hier gezellig met de Jest, en met een andere Nederlands schip, de Palatina, van Freke en Simon.
Om langs de Portugese kust naar het zuiden te varen, kun je goed gebruik maken van de Nortada, de wind die hier bijna altijd waait vanuit noordelijke richting. Precies de goede kant op, dat moet dus wel goed gaan zou je zeggen. Nou is de wind wel iets grilligs, hij kan toch niet zo hard zijn als je wilt, of juist veel te hard. Soms is er juist een wind vanuit het zuiden. Kortom: goed letten op het juiste moment en er dan toch achter komen dat het niet altijd klopt!


Naar Leixos, 31 juli 2019

Vanuit Povoa zijn we naar Leixos gevaren, een halve dagtocht, en met niet zo veel wind.
Leixos, (spreek uit Leichiois oid).
Onze ankerplek in Leixos lag in een soort voorhaven gebied, gelegen voor de jachthaven en tegenover de vissershaven, en de aanlegplek voor cruiseschepen. De ankerplek voor jachten lag aan de andere kant. Het was een hele ruime kom, omdat grote zeeschepen erin moesten kunnen draaien. Leixos was eigenlijk een omvangrijk industriegebied, waarin voor zeiljachten niet zo veel te beleven was. En daar hadden wij ons bij neergelegd. De keus op deze plek was genomen, omdat er van hieruit goede bus en metroverbindingen naar Porto waren, wat we uitgebreid wilden verkennen. De haven bij Porto was heel prijzig en ook ook nog ver van de stad, zo vertelde de pilot.
Na het ankeren, we lagen achter de Jest, de Palatina was de Marina ingegaan vanwege komend bezoek, zijn we lekker wat  gaan rommelen en lezen, totdat ik me afvroeg of we wel goed vast lagen aan ons anker. We kwamen wel wat dichtbij onze buurboot, een Fransman, te liggen, maar ach, boten draaien nou eenmaal wat rond en misschien draaiden we wel niet tegelijk rond. Onze positie was niet veranderd op de kaart. We gingen weer verder, maar toch wat alert, het rare gevoel ging niet over, en we besloten fenders buiten te gaan hangen. Nou loop ik altijd nogal snel met fenders, als een boot wat te dicht in mijn buurt komt, maar dit keer deed Ad vrolijk mee aan het ophangen van de fenders. Toen ze allemaal hingen zeiden we bijna tegelijk tegen elkaar: kom, we zoeken een ander plekje. Wij dus ankerop, andere plek gezocht, en toen de boot stevig lag, en ik nog eens opzij keek, naar de verlate Franse boot, merkten we dat hij echt op drift was gegaan… Vlug de havendienst gebeld via de marifoon, die het door zou geven aan de politie. Die dus na een half uur eraan kwamen. Gelukkig was iets daarvoor een pilot voor zeeschepen de boot te hulp gekomen, vlak voor hij de aanlegsteiger voor cruiseschepen zou bereiken, Nu kun je als verlaten jacht daar nog beter tegen aandrijven , dan tussen de pieren door de Oceaan op gejaagd worden. Maar slordig was het wel. We hebben ons best wel zorgen gemaakt om wat er met het jacht zou gebeuren, we konden er niets meer aan doen, maar het voelt toch heel vervelend.
Een sleepboot boot vaart gewoon voorbij, de lijn waar het anker aan zit, zie je hangen...
en hier de boot, die de zeilboot heeft weten te stoppen...
De boot is door de politie naar een plek verplaatst waar de eigenaren, die met hun dinghy op zoek waren naar hun boot, hem niet konden zien, en zijn zich waarschijnlijk helemaal lam geschrokken… Van schrik zijn ze daarna in de marina gaan liggen. Hun boot bleek het formaat anker te hebben wat wij voor de dinghy mee hebben om hem vast op het strand te kunnen leggen… Nu weten we waar de uitdrukking ”de Franse slag” vandaan komt. Overigens vertelden Freke en Simon, waar ze in de haven naast lagen, dat ze ook echt van slag waren, zielig dus wel. Die middag was dus snel voorbij.
In deze dagen zijn we 3 dagen naar Porto geweest, met de metro of de bus, en degenen die daar ook geweest zijn zeggen dat waarschijnlijk ook: dat was echt heel leuk: leuke straatjes, veel geklim, erg warm, leuke terrasjes, muziek op straat, kleurige huizen, een mooie  verbindende brug met de andere oever. Dat klimmen kon je ook vermijden, omdat er ook liften waren om het hoogteverschil te makkelijk te tackelen, maar ach, wij waren stoer… 
Porto, huizen langs de rivier de Douro, de brug van Ing Eiffel 2x, warenhuis, blik van boven op Porto


Veel toeristen, ook veel Nederlanders met kinderen, drukke toeristische plekken in de kerken, overal de azuleja’s tegen de huizen, je blijft omhoog kijken! Heel bijzonder dat kerken hier ook mee vol staan. Ondanks dat we niet met de trein zijn gekomen, hebben we ook uitgebreid de stationshal bewonderd, vol met geschiedenis geschreven op mooie tegeltjes. 
De stationshal

Wat me overigens bij het schrijven doet denken aan het viaduct in Amsterdam bij het Centraal Station, waar een muur helemaal vol zit met blauwe tegeltjes met als afbeelding oude zeezeilschepen, een aanrader!. We zijn er vele malen vanuit de Sixhaven door gelopen naar de stad.
In Porto zijn we natuurlijk alleen in de oude stad geweest, waarin ook veel nog in verval is. Wijken worden hier ook aangepakt, veel hulp op sociaal gebied, eethuisjes die opgezet zijn om mensen hier aan werk te helpen, mooie projecten. In zo’n restaurantje hebben we een lunch genomen, super lekker, kaasjes en vleeswaar, achter zittend op een klein balkon, maar zo leuk!



De boten waar vroeger de Port mee werd vervoerd, was droogt snel, gevel van warenhuis, voorzijde kerk met allemaal tegeltjes.


Kortom, Porto is de moeite waard geweest. Nu kijken hoe Lissabon bevalt, de volgende grote stad op ons lijstje!

8 Augustus, op naar Cascais.

Aanvankelijk leek het erop dat we in Portugal veel in havens zouden liggen, maar gaandeweg ontdek je steeds meer ankerplekken. Heel prettig dat we ons zouden kunnen redden zonder Marina’s aan te doen.

De tocht naar de volgende ankerplek zou een langere zijn dan we de afgelopen tijd hadden gehad, een nacht doorvaren. De plaatsen die we tegen zouden komen op weg naar Cascais waren bijvoorbeeld Nazare, de plek waar de hoogste golven van Portugal worden gemeten… Dat heeft te maken met een fors verschil in diepte voor de kust. In de marina zou alles hier overigens goed gaan, maar wij wilden geen marina in. 
Het zeilen ging heel lekker, maar het ronden van de kaap vlak voor Cascais hadden we toch iets onderschat. We hadden niet gereefd, en alles leek rustig, maar bij zo’n puist in de kustlijn moet je echt oppassen. De aankomst was daarom niet super relaxed. De wind ging in nog geen 5 minuten van 14 naar 28 knopen, de boot deed het helemaal prima, en dat is fijn om te weten, maar zelf voelde ik me niet zo lekker daarbij. Ad stuurde en ik deed de navigatie, lekker binnen zittend, maar niet echt ontspannen dus. Leermomentje dus.
De ankerplek bij Cascais, op de voorgrond opslag van de vissers

Cascais is een echt toeristisch stadje, met een grote marina en ook een grote ankerplaats, vlak bij het strand. Bij mooi weer begon om een uur of 10 het gejoel van spelende kinderen op het strand, en dat ging dan door tot het begin van de avond: vakantie! Cascais bleek een leuk en vriendelijk stadje, waar je je helemaal in de toeristische straatjes kunt storten, maar ook door het oude Cascais kan lopen zonder een toerist tegen te komen. Het park bleek een goede plek om lekker te zitten en de vrije WiFi te gebruiken, we hebben een prachtig huis uit eind 19e eeuw bezocht, ingericht met meubilair als een 18e-eeuws landhuis. Allemaal aparte kamers, een muziekkamer met orgel, waar Ad niets mee wilde doen, maar in de bibliotheek kon hij het niet laten om een blad muziek boek van Wagner open te slaan, Foei toch!
Een ander leuk iets daar was dat we per fiets (nee, geen elektrische) de kust een stukje afgereden hebben.

Het was een soort duinengebied, waarbij we mooie strandjes hebben gezien, surfende mensen op de lekkere golven, relaxed wat gegeten hebben bij een strandtentje, bijna alsof we aan de Holland kust zaten. De terugweg was heuvel op door het binnenland, en dan weet je weer dat je niet in Nederland fietst!
Vissers gebruiken van alles om hun fuiken een duidelijk herkenningsteken te geven

Plezier en werken naast elkaar

We zijn best wel een tijdje in Cascais geweest, en raakten gewend aan het varen met het bijbootje naar de kant. Eigenlijk stuurde Ad altijd, en probeerde ik alle boodschappen droog te houden, maar het zou toch ook wel eens handig zijn om zelf de motor te kunnen starten, te varen en weer rustig aan te komen. Dat is nog een hele kunst, vooral als je waarschijnlijk nooit op een brommer of scooter hebt gereden… Maar mijn eerste lessen daar zijn goed verlopen. Op dag 3 van de lessen bleek het in de ochtend helemaal dicht te zitten van de mist, een hele rare gewaarwording. De andere boten, die misschien op 30 meter afstand lagen, waren nauwelijks zichtbaar; je hoorde geluiden van het strand, want daar was het mooi weer, maar wij zagen niet echt veel. Alle boten bleven ook op hun plekje liggen. Soms zag je iemand in zijn bijbootje, met mobiel in zijn hand, naar de kant motoren. Heel bizar. Ons ankerballetje( een bal die met een lijntje aan ons anker vast zit, en zo de plaats van het anker aangeeft, voelde zich waarschijnlijk ook wat alleen in die mist, dat ie maar bij onze dinghy is gaan liggen ;).





Dikke mist op de ankerplek en ons gele ankerbolletje zoekt troost bij de boot






De volgende dag zijn wij, toen de mist wat weggetrokken was, zo opeens, vertrokken met als bestemming Seixal. Later hoorden wij van Erik en Inge, die even naar de kant waren gegaan, dat zij s middags weer in de dichte mist zaten…..
'


Seixal  en Lissabon   13 augustus


We gingen naar Seixal, om zo daarvandaan makkelijk Lissabon te kunnen bezoeken. De afstand die dag om af te leggen was niet erg groot, en op ons log kan ik niet meer nazoeken hoeveel mijl we gevaren hebben. De reden daarvan is dat allerlei kleine beestjes onder water op ons log ( soort wieltje wat in de huid van de boot zit, aan de voorzijde, onder water, en zo door het water gaat draaien en daarmee de afstand aangeeft) zijn gaan zitten, en zorgt dat de radertjes niet meer kunnen bewegen. Maar geschat was de afstand 20 mijl.
De reis naar Seixal was een reis met veel gemotor in het begin. Wind was er niet echt, het zicht was niet overweldigend, maar gelukkig trok het wel steeds meer open. De Rio Tejo, oftewel de Taag, konden we weer zeilend opvaren, en dat was heel erg leuk. Grote vrachtschepen kwamen ons tegemoet,  en liepen ons op, er was een goed aangegeven spoor van boeien neergelegd, waar je je ook als relatief klein bootje wel aan moest houden gezien de diepte van het water bij de monding van de rivier.




Met de Windsong onder de 70 meter hoge brug door






Even had ik nog de indruk gekregen dat Seixal achter een dam lag, zodat we daar niet konden komen, maar Ad verzekerde mij dat het een brug was, die echt hoog genoeg was.. De kaart in de pilot gaf de indruk dat Seixal achter een vaste verbinding tussen de 2 oevers lag, maar gelukkig bleek dat de prachtige en heel bekende rode brug te zijn over de Taag, de Ponte de 25 Avril. Die brug is 70 meter hoog. Onder de brug doorgaand was echt overweldigend, en heel bijzonder was het zoemende geluid veroorzaakt door de auto’s die erover heen reden. Aan de bakboordzijde lagen diverse Marina’s vol niet gebruikte zeilboten; ook de jachthaven, speciaal gebouwd om de Volvo Ocean Race boten te ontvangen, lag er wat verlaten bij. De stad lag tegen de heuvels op, en was goed te zien vanaf het water. Onder de brug door gingen we stuurboord uit, om in een soort waddengebied te komen, waar aan het einde van een geul Seixal lag; we kwamen hier door een lang boeienspoor te volgen, goed aan de kant varend, omdat het heel druk vaargebied was voor ferry boten, die alle plaatsen in dat gebied zo verbond met Lissabon en andere plaatsen aan die kant van de rivier. Soms passeerden er wel 3 supersnel varende  boten ons achter elkaar. In Seixal konden we  de Windsong aan een mooring vastleggen, eigenlijk legde de havenmeester haar vast, en dat was het begin van de vriendelijkheid die we in Seixal overal ervaren hebben.

Seixal is best een grote plaats, er wonen veel forensen die in Lissabon werken en dagelijks met de ferry naar de overkant gaan (half uurtje). De haven waar wij lagen, lag eigenlijk aan de andere kant van de berg/heuvel, en was nog het oude Seixal, een gebied waar vroeger veel industrie/scheepsbouw was, die allemaal verdwenen was vanwege veroudering. De communistische partij was daar een begrip, het oude partijhuis staat langs het water, en daar zit nu een restaurant in, waarschijnlijk door een partijlid gerund. We waren laat op de avond, wilden nog wat eten, prima, alleen de keus was wat minder daardoor, maar de combinatie van vis op brood en uien was zo superlekker. Alles wat er aan meubilair stond leek weggehaald bij de kringloop, waarschijnlijk alleen de marxistische boeken en beeldjes niet.
Bij de haven was het eigenlijk de bedoeling dat je aan een mooring ging liggen, de steiger die er was, werd gebruikt door 3 klassieke zeilschepen, mooi gekleurd, nu ingezet om toeristen mee te laten zeilen richting Lissabon, en een enkel zeilschip. De vissers van het dorp legden daar ook aan, hun vangst schoonmakend aan de rand van hun bootje: inktvis: ik heb met verbazing gekeken hoe bij een paar schoon te maken inktvissen het inktpotje werd geleegd in het water….
We hadden een prachtig uitzicht op dit plekje, afwisselend, door de stroming van de rivier, met het achterschip richting Lissabon, of naar het achterliggende watergebied, wat met eb deels droogviel. Aardige mensen: we waren eens op weg naar de ferry, waarbij we erachter kwamen dat ons rugzakje nog op het havenkantoor lag. Ad liep of rende snel terug, en werd tijdens het rennen opgepikt door een man met auto, die hem even naar het havenkantoor bracht, en daarna weer terug naar de ferry. Heel aardig dus. Maar, toen wij in de avond terugkwamen uit Lissabon, bleek diezelfde man er weer te staan met zijn auto, wij dus zwaaien naar hem. Hij kwam de auto uit, had zijn vrouw net opgehaald, en wij konden instappen en werden afgeleverd bij de haven…

Ad is een restaurant begonnen in Lissabon....


Lissabon is ook een mooie stad en heel fijn dat we die hebben kunnen bezoeken, ook weer 3 dagen. Die stad is ook tegen de heuvels opgebouwd, en de verleiding was ook wel aanwezig om de tram te nemen, die steil omhoog ging, of een lift, maar ach, we hadden geen haast. Slenterend door de stad kwamen we de leukste dingen tegen.
Mooi uitzicht vanaf het terras op de wijnauto


We hebben bijvoorbeeld een bezoekje gebracht aan de Spaanse Bank, waar vroeger al het goud opgeslagen was, en nu voor het publiek nog 1 goudstaaf lag, waar iedereen wel even aan mocht komen…
De stad is, evenals Porto bij een aardbeving in de 18e eeuw grotendeels verwoest, archeologische opgravingen worden in beide steden gedaan. Heel verschillende wijken zijn we doorgelopen, mooie uitzichten over de stad als je hoog zit, gegeten in een simpel uitziend Portugees restaurant in een steegje, gerund door ouders en hun dochter, waarbij de moeder kookte, de dochter bediende en de vader achter de bar stond. Alles liep op rolletjes, we moesten even buiten wachten op een plekje en toen we naar binnen konden, was er een lange rij mensen achter ons komen te staan (waarschijnlijk te danken aan een aanbeveling voor dit restaurant). Veel kerken bezocht, waarbij de kathedraal ook zeker de moeite waard was, ook weer met prachtige tegeltjes, maar vooral ook veel rondgelopen, genoten van de sfeer, het studentenorkest uit Coimbra in het noord westen van Portugal, de talloze straatmuzikanten.
Het was ook echt genieten in deze hoofdstad van Portugal, compleet anders dan Porto, maar beiden hadden we niet willen missen.
Wat doorkijkjes, en natuurlijk de niet te missen tram, die door de steilste straatjes rijdt

De hoedenwinkel
en de winkel waar we iets kochten, en 1 foto mochten maken....






De botanische tuin in Lissabon








Opvallend is dat, ook al ben je maar een weekje in een haven of op een ankerplekje ergens, je je ook weer een beetje thuis gaat voelen.n als je dan weer verder trekt dan laat je weer wat mensen met weemoed achter; de kruidenier, een jonge vrouw, die de zaak duidelijk van haar vader had overgenomen, en ons met van alles wilde helpen, de bakker die ons vergeefs de naam van het brood leerde uitspreken, de havenmeesters, die ons regelmatig hebben opgehaald en teruggebracht naar onze Windsong… Maar, op naar nieuwe avonturen…..

Nog wat foto's van Seixal




Verlaten bedrijven






13 augustus, van Seixal naar Sines

Weer een bijzonder mooie tocht, eerst het boeienspoor weer volgend richting Lissabon, de stad steeds meer zien groeien, het mooie uitzicht op de Ponte de 25 Avril, de rode brug over de Teijo, veel kijken en genieten dus; de wind wakkerde aan, met ruime koers lekker gezeild, veel dolfijnen om de boot springend, wat altijd een feestje is. Onderweg zagen we op de AIS (systeem aan boord waarbij je andere scheepvaart in de buurt kunt zien) de Jest en Palatina voor ons varen, en zo kwamen wij ook als derde aan op ons ankerplekje voor de Marina van Sines.

Onze ankerplek, met de Windsong in het midden van de foto

Met ons bijbootje konden we makkelijk op het strandje aankomen, en dit keer hebben we het meeste roeiend gedaan ( geen lessen meer voor mij dus), per slot goed voor de armspieren: Ad zit dan achterop de achterkant, en ik roei, goede verdeling…. In deze periode was er een staking bij de brandstofleveranciers, en voor de zekerheid hebben we maar wat cans diesel ingeslagen, ook roeiend met het bijbootje opgehaald.
Sines was ook een vissersplaats met een grote vissersvloot. Op een dag bleek er een processie te zijn, waarbij Maria van de kerk naar de vissers in de haven werd gedragen. Van daar ging ze op een van de vrolijk versierde boten de volle zee op, om een paar uur later onder luid toeteren terug te komen. Regelmatig werden er door die boten rondjes om ons heen gevaren, gezwaaid, een van de laatste boten kwam langszij en een vrouw riep in zuiver Nederlands of we een paar over gebleven biertjes wilden. Zij kwam dus uit Nederland, speciaal voor dit feest afgereisd naar haar Portugese familie. Biertje in ontvangst genomen, hartelijk bedankt en ze gingen weer verder…
Feestende vissersboten









Met de bemanningen van de Jest en Palatina weer lekker bijgekletst, technische zaken en plannen voor de nabije toekomst doorgenomen, heel gezellig allemaal.
Gaande weg deze route kwam er een activiteit bij voor het weggaan: het log moest steeds even losgemaakt worden, wat Ad gelukkig van binnen uit kon doen. Losdraaien, eruit halen, heel snel een soort plug erin zetten, om te zorgen dat er geen water de boot in kan stromen ( want dat gaat heel snel), schoonmaken, en weer terugzetten. Een spannend klusje… Maar het werkte gelukkig.


16 augustus, van Sines naar Lagos

We moesten vroeg weg om de lange tocht van 55 mijl bij daglicht te kunnen maken. Plan was om direct na het ronden van de kaap, de Cabo Sao Vincente, in een ankerbaai te gaan liggen, waar de Paltina al een dag eerder was aangekomen. De realiteit was dat het onderweg steeds iets harder ging waaien, wel uit de goede hoek, en met het eerste rif erin naderden wij de kaap, waar we ook het 2e rif erin hebben gezet, ook al viel de wind wel mee. Maar toen, opeens begon de wind wel erg toe te nemen, het voorzeil hebben we toen ook ingerold, en de wind schoot uit naar 36 knopen. Ad heeft ondertussen zijn korte broek, die wel erg nat was geworden door het overkomende zeewater, maar verwisseld voor zijn zeilbroek, laarzen, terwijl de stuurautomaat goed zijn werk deed. Ik bleef lekker droog, van binnen uit de navigatie verzorgend, en Ad goed in de gaten houdend… De boot deed het helemaal prima, en wij weten dat 36 knopen dus ook goed gaat…. Om de kaap heen, hebben we besloten nog een stuk door te varen, omdat de ankerplek pal tegen de wind in lag, de volgende ankerplek geen veilige ankergrond had, al met al zo,n 2 uur varen verder,  konden we het anker laten vallen bij Lagos, achter de Jest. Totaal 65 mijl gevaren.

Lagos ligt aan het begin van de Algarve, en is een druk toeristenoord. Ook op het water veel jetski’s, grote motorboten met gillende mensen erop vastgemaakt, watertaxis’s van het nabij gelegen Alvor, en dat allemaal door de ankerplek heen. Om bij de plek te arriveren, waar we met de dinghy aan land konden komen, moest Ad de golven van die boten elke keer goed opvangen. Soms waren er hoge golven naar het strandje toe, en surfden we het strand op, geen probleem, maar terug, door de branding heen, was ingewikkelder, zeker met boodschappen bij je die droog moesten blijven…
Wat heel mooi was in Lagos, is de bijzondere rotsenkust. Het water heeft de zachte rotsen zo uitgehold, dat soms hele bruggen bij laag water ontstaan zijn.





We hebben dit gebied vanaf de bovenkant bewonderd, adembenemend hoge rotsen zijn het dan, en met het bijbootje hebben we hier 2 keer rondgevaren bij laag water, en een keer aan het einde van de dag, werkelijk prachtig.

Van Lagos naar Alvor, 22 augustus 2019

Na ons avondbezoek aan de rotsenkust en een nacht, waarbij de schwell zo irritant was dat we niet zo veel hebben kunnen slapen, zijn we ankerop gegaan naar Alvor, maar een paar mijl verderop, maar we konden daar op een rivier liggen, uit de deining van de zee. Heel bijzonder gebied, met duinen, droogvallende stukken. Op een tochtje met het bijbootje naar Alvor toe, waarbij we het bootje achter hebben gelaten bij de duinen, moesten we op de terugweg wel erg lang met het bootje lopen voor we er weer in konden varen. Lopend door het water, terwijl de sardientjes voor je weg zwommen, was wel speciaal.
Alvor in de verte

Droogvallend gebied



Op deze ankerplek lagen we achter de Jest. En hier ontmoetten we Herman met de Isabella weer, die nu zijn vriendin Lies aan boord had gekregen voor een paar weken.

Van Alvor naar Ilha da Culatra, 24 augustus 2019

Als laatste van ons drieën, gingen wij de rivier bij Alvor weer af, op naar Culatra. We hadden hier veel moois over gehoord, een soort binnenzee gebied, met eilanden voor de kust, en we waren erg benieuwd. Op deze reis hebben we veel op de motor moeten varen, er was geen wind, maar we konden wel redelijk dicht langs de mooie kust varen, met veel grillige rotsen, mooie zandstranden.

Allerlei bekende Portugese vakantiegebieden lieten we aan ons voorbij gaan, wij hadden een prachtig gebied op het oog om in te gaan liggen…
Langzamerhand kwam de wind wat opzetten, en konden we zeilend verder. De navigatie van het laatste stuk het gebied in, was wel iets om goed te bestuderen. Er kon een flinke stroming staan, maar we hebben goed de pilot gevolgd wat betreft te varen koers, en alles ontvouwde zich mooi voor ons. We kwamen meteen in rustig water, gingen stuurboord uit naar onze ankerplek. In de pilot werd er al voor gewaarschuwd dat op deze plek soms wel 100 boten voor anker lagen. Het klopte wel dat het er heel veel waren, maar uiteindelijk hebben we een mooi plekje gevonden. De eerste poging om ons anker te laten zakken, was ook een prima plek, ware het niet dat toen we lagen, toe aan even niks, er een Engelsman op een boot, zo’n 30 meter van ons vandaan, begon te schreeuwen dat we bovenop zijn anker waren gaan liggen… Brr, wij hadden geen ankerbal gezien van hem, hij lag echt heel ver van ons vandaan, maar ja, wij gingen weg, althans: we kregen het anker niet omhoog… lagen we dan toch in zijn anker (dan had ie wel bizar veel ketting uitgegooid), maar dank zij ons ankerballetje konden we het anker toch goed eruit halen…. Leve het ankerbolletje!


Op het eiland, Culatra, wonen zo’n 3000 mensen permanent. Het was een echte verrassing toen we op het eiland kwamen. Er zijn geen auto’s, alleen tractoren; de huisjes zijn allemaal laagbouw, in vrolijke kleuren, versierd met de dingen uit de zee. Tussen de rijen huizen, in zeg maar, de hoofdstraat, liggen betonplaten als weg. Bij de huisjes daarachter zijn zandpaden, of paadjes van kleinere betonplaten. En er wonen mensen van allerlei leeftijden, kinderen en hele oude mensen in rolstoelen, genietend voor hun huisje zittend.




In de zee, aan de andere kant van het eiland dus, in de Oceaan, was het water top om in te kunnen zwemmen, of te spelen met de golven. Bij de boot ging het zwemmen ook prima, al moest je wel het goede moment afwachten van de stroming i.v.m. de waterplanten die langs konden drijven.
Op Culatra hebben we eigenlijk de bimini (zonnescherm voor over het kuipgedeelte) voor het eerst gebruikt, ons zonnescherm, want het was hier echt heerlijk weer. Zonder dat hadden we echt alleen maar in het water gelegen….Mijn lessen in het varen met de bijboot heb ik hier afgerond: ik ben alleen op pad gegaan, en dan merk je dat je toch nog niet alles goed beheerst, maar ach, het is gelukt, en anders was ik terug geroeid….Vanaf Culatra kon je met de ferry naar Faro, een stadje wat verder landinwaarts lag, en zo konden we goed het hele waddengebied bewonderen.
Faro



Ook met het bijbootje zijn we een stuk oostelijker het gebied in gemotord, en daar zie je verlaten zeilboten, verwaarloosde zeilboten, boten waarop mensen permanent zijn gaan wonen, en dan vraag je je toch af, wat voor plannen die mensen ooit gehad hebben…


Achtergebleven vissen worden uit het net gehaald, en de vogels kijken toe


Het bier komt aan land.....






SSB radio maakt verbinding met Sailmail via Oostende 






Gribfiles
Ons volgende reisdoel zou Porto Santo worden, een eiland vlakbij Madeira, en daarop waren we ons hier ook aan het voorbereiden. Aanvankelijk waren we van plan naar Marokko te gaan, maar het een paar dagen achter elkaar doorzeilen, en daar ervaring mee opbouwen, trok ons toch meer dan het waarschijnlijk ook wel erge warme Marokko op dat moment. Het vlaggetje van Marokko, wat al klaar lag, zou dus niet gebruikt worden, maar het vlaggetje van Porto Santo en Madeira, hebben we in Culatra met de hand in elkaar gezet; van huis had ik allemaal gekeurde lappen meegenomen, stiften om strijkkatoen in te kleuren… Het was een klusje met de hand, maar ach, je hebt de tijd…;Daarnaast kon Ad de SSB zender (radiozender) verder installeren zodat we onderweg weerberichten (gribfiles) en mails ontvangen en versturen. Dit was nog niet zo eenvoudig, maar gelukkig hadden we hulp uit Nederland van Egenolf



De tijd ging hier wel heel snel, tot 13 augustus hebben we hier gelegen, en in de ochtend van de 13e hebben we het anker opgehaald om koers te zetten naar Porto Santo!
Madeira vlaggetje met 2 verse broden, we kunnen op weg! 












donderdag 25 juli 2019


Van Dartmouth (Engeland) weer naar Frankrijk.
Het is nu woensdagochtend 12 juni, en we vertrekken van Dartmouth, Engeland, naar Brest in Frankrijk, waar het niet goed werkende onderdeel van de saildrive voor de motor vervangen gaat worden. We hebben een kleine week in Dartmouth aan een pontoon gelegen, waarbij we afwisselend met het bijbootje, of met de watertaxi naar de kant konden. Mooie wandelingen langs de rivier gemaakt, soms wreed verstoord door een felle regenbui, maar gelukkig konden we toen weer terug met een ferry. Op de foto’s (vorige blog) huizen langs de rivier, en uiteraard onze mooie Windsong is ook vaak op de foto gegaan. Per slot moet je goed zorgen voor iets wat je steeds een stukje verder de wereld in brengt…. Blij verrast waren we ook dat we in Dartmouth de nieuwste versie van de pilot Spaanse en Portugese kusten konden vinden, en alvast zo een voorproefje konden nemen op het volgende stuk van de reis.

Brest: aankomst donderdag 13 juni
Vanuit Dartmouth was het ruim een dag en nacht varen. Het eerste stuk was er geen wind, maar in de loop van de avond kon het zeil erbij. In de ochtend kwamen we bij de Franse kust, waarbij we besloten hadden om ten westen van Ile d’Ouissant heen te varen, een langere route, maar binnendoor zou de navigatie lastiger zijn, de stroming harder, en bovenal de benaming van dat stuk zee, Chenal de la Helle, sprak ons wat minder aan. Op de kaart zie je dan ook rotsen als puntjes staan, en die moet je allemaal vermijden. De wind draaide in dat gebied wat tegen en nam toe, en de koers om te zeilen was wat minder prettig, maar het uitzicht maakte veel goed: een mooi eiland, veel rotsen, en de route naar de kust was gewoon de hele rij rotsen afvaren.
Rotsen voor Brest

Rade De Brest


Brest lag heel beschut, in een groot en mooi zeilgebied, de Rade de Brest. Hierin wordt heel fanatiek de watersport beoefend door hele schoolklassen tegelijk. Wat bij ons het schoolzwemmen is, lijkt daar de watersport te zijn: kanoën, windsurfen, Suppen, zeilen in Optimistjes, Lasers, catamarans in alle soorten en maten. Bij onze Marina was het centrum die het organiseerde hiervoor, dus wij zaten eerste rang, en dat was echt heel leuk. Onder alle weersomstandigheden gingen ze gewoon naar buiten, het water op, mogelijk met het idee: zo kweken we mensen die de Vendee Globe kunnen winnen….

In Brest kon Bruno, de reparateur van de motor, ons vertellen dat het onderdeel nog niet was aangekomen. En dan denk je, die Fransen zijn wat traag, maar nee hoor, dat onderdeel moest uit Almere komen, en dan opgestuurd naar een dealer in Frankrijk, en dan kon het naar Bruno toe. Wachten dus, en in de tussentijd veel gedaan en gezien van de omgeving van Brest. Dat begon al      ’s ochtends met het eerste loopje naar de super “boulangerie Paul”, voor uiteraard de, superlekkere, croisssants en de chaussons aux pommes. Deze calorieën moesten er dan wel weer afgelopen worden, en het kwam dus goed uit dat de supermarkt op 20 minuten bergop lopen lag, de stad Brest op 1 uur lopen, het volgende vakantiedorpje ook zoiets. We hebben veel gezien daar.

Op een gegeven moment hebben we een ware aanval op ons weerstaan, en wel van de kleine stern. Zij, waarschijnlijk een vrouwtje, zat op de stenen steiger, schuin tegenover de Windsong, ze deed niet zo veel, behalve veel krijsen als je in de buurt kwam, en toevallig lagen wij daar…. Wegvliegen, richting ons, en daarna weer terug op het beton… Ze bleek dus een ei te hebben gelegd, zoals op de foto voor de goede kijker te zien is. Rare gewoonte om je ei zomaar ergens neer te leggen, maar op de haven waren er zo al veel eieren gelegd, en evenzoveel gekrijs en aanvallen als er iemand in de buurt kwam.
Stern beschermt haar ei.

Woensdagavond was het plan te vertrekken voor de oversteek van de golf van Biskaje: de cone van de saildrive werd vervangen, en bij het testen deed ie het weer op commando, precies zoals het hoort!
Boot in orde aan gemaakt voor doorzeilen ’s nachts, slingerzeiltjes opgehangen, boodschappen gedaan om voor 3 dagen (makkelijk) eten bij ons te hebben, bolognesesaus aan het maken, soepje, en dan komt ook de douane nog even langs… Ze vonden het wel lekker ruiken…. Het was een gewone douane controle, met check van alle papieren, paspoorten, reisdoel etc. Alles was die dag al met al een beetje druk geworden, en daarom hebben we maar besloten de volgende avond te vertrekken… Beter goed uitgerust dan gehaast vertrekken.

Van Brest naar La Coruña in Spanje!

De eerste mijlpaal, en dat was dan nog maar een kleintje! We zouden in de avond vertrekken, er al met al 3 nachten overdoen, om dan vroeg in de ochtend aan te komen in de Marina van A Coruña. Maar: schattingen pakken nooit goed uit, en het weer houdt zich ook niet altijd aan de verwachtingen, is wel weer gebleken, om met de meteoroloog Henk Huizinga te spreken.
De tocht is helemaal goed gegaan, aanvankelijk hebben we nog wel gezeild, in de zon. In de loop van de nacht nam de wind af, en moest de motor erbij gezet worden ( deed het wel meteen goed J), de hele dag stralend weer gehad, maar geen wind te bekennen. Dit in tegenstelling tot dolfijnen: die hebben we echt heel veel gezien, je zag ze al van een afstandje aankomen (door het gladde water waren ze goed te herkennen), en meestal gingen ze dan langs het schip naar voren om daar een tijdje bij de boeg te blijven springen, duiken, vaak simultaan. Echt een prachtig gezicht, iedere keer weer!
Aan het begin van de avond trok de wind weer aan, en nam steeds meer in kracht toe vanuit het oosten, met als gevolg een hele wilde zee, swell uit het westen en wind uit het oosten: kortom niet leuk: Ad heeft veel gestuurd, om de boot wat mooier door de zee te sturen en Yolanda heeft vooral de zeekooi goed uitgetest, en bevestigt dat het nuttig is een beslagkom aan boord te hebben. De 2e dag op zee werd het allemaal weer wat kalmer, het Spaanse gastenvlaggetje kon de Franse opvolgen en ’s avonds hadden we een Spaanse radiozender gevonden! Bij het naderen van de Spaanse kust werd het zeilen echt heerlijk, vlak water…. Lekkere wind, en kruisend hebben we toen de ria (baai) bereikt waar La Coruña in ligt.  In de haven lagen zeilboten uit diverse landen, precies zoals we het verwacht hadden. 

Zondag 23 juni, aankomst la Coruna.
De haven van la Coruña ligt middenin de stad, en die stad bleek heel erg leuk te zijn! We zijn uiteraard snel de stad gaan verkennen, en op het strand van de baai aan de andere kant van de stad, was het echt heel druk. Allemaal mensen hadden hun eigen vierkante plekje strand afgebakend met rood-witte linten. Het leek ongeveer hetzelfde als de kuilen bij ons op het strand. Overal stonden kleine piramides van hout op, en ergens verderop stond zelfs een lange rij mensen te wachten op een pakketje hout… Toen maar eens in ons beste Spaans geprobeerd te vragen wat dit was aan een jongen die met wat hout liep te zeulen: St Juan, een feest, een christelijk feest, gekoppeld aan de langste dag.  bleef het verder heel druk, en overal op straat werden sardientjes gebarbecued en Estrella Galicia, het bier van  Galicië, gedronken.



’s Avonds zijn we teruggegaan naar het strand en het werd daar al snel superdruk: de brandstapels op het hele strand, opvolgend, werden in brand gestoken. Het stukje waar wij zicht op hadden vanaf de boulevard, was aan de beurt tegen 12 uur, tegelijk met een werkelijk schitterend vuurwerk. Bij deze traditie hoorde ook dat mensen over het vuur gaan springen….In de stad
De volgende dag stuitten we op het begin van een processie, iedereen stond zich klaar te maken voor de tocht, moeders zorgden nog even snel dat de hoofddeksels van hun dochters helemaal tiptop waren. Zij wilden graag op de foto poseren, trots op hun mooie kleding!
In deze stad zijn verder bijzonder veel mode winkels, Zara komt er vandaan, en het paradepaardje van Zara staat dus in la Coruña. Naast modewinkels, zijn ook de restaurantjes, cafés hier goed vertegenwoordigd. De menukaart is wat lastig te lezen, zeker als je  net nieuw in Spanje bent, maar “pulpa” is inktvis en dat wordt hier heel veel gegeten, naast allerlei ander soorten vis. De eerste avond hebben we ons maar aan gamba’s verlekkerd, in een restaurantje waar ze ook foto’s hadden van wat je bestelde, toch handig! En lekker! Onze familie-app is daarna omgedoopt in “de Gamba’s”.
Het laten vullen van onze gasfles is hier ook gelukt! Met de fles in de rugzak, met de bus mee, naar een plek buiten de stad. We zaten tegenover 2 dames, die ons precies konden “vertellen” waar we eruit moesten. 2 Andere vrouwen achter ons begonnen zich ook in het “gesprek” te mengen: een halte later moesten we uitstappen. Vervolgens hebben we een uur daar rondgelopen, het aan diverse mensen gevraagd, die ons alle hoeken van dat gebied hebben laten zien, (en Ad dus met die gelukkig nog lege gasfles op de rug). Uiteindelijk wist de kapper het ons te vertellen, schuin tegen over hem, bij die bushalte…..We hadden beter het eerste advies kunnen opvolgen wat betreft het uitstappen, maar de gasfles werd gevuld, en wij waren weer helemaal gelukkig. In zowel Engeland als Frankrijk was het niet mogelijk de fles te laten vullen, hopelijk hebben we de volgende keer als hij leeg is, het geluk dat dit wel snel lukt. Als reserve hebben we een Campingaz fles mee, die we zo veel mogelijk sparen, om ons in tijden van nood uit de brand te helpen…


Santiago de Compostella hebben we bezocht, niet lopend, maar met een snelle trein waren we er in een half uurtje, nadat we eerst een uur naar het station hadden gelopen. Op de heenweg hiernaar toe kwamen we, hoe is het mogelijk, een bekende dame tegen. De dame van de bus met de gasfles! Dat was een hele leuke en hartelijke stop even, alsof je een oude vriend terug ziet, heel leuk.
De kathedraal van Santiago de Compostella wordt op dit moment, en waarschijnlijk de komende jaren, gerestaureerd, en dat betekent dat er heel veel lawaai is, alles bijna uit de kerk gehaald is aan bezienswaardigheden, behalve de resten van de apostel Jacobus de Meerdere. Er wordt overigens sterk aan getwijfeld of er iets van resten ligt, maar in ieder geval  trekt dat wel mensen. Het hoofdaltaar is deels wel te zien, en kent heel veel pracht en praal. We konden achter dit altaar langslopen en zo het hoofd van het beeld van de heilige Jacobus aanraken, wat veel mensen ook deden.

 


Het plein voor de kathedraal, met een hele mooie aanblik, was bijzonder groots, heel sober gehouden, en naast een aantal toeristen treintjes, gelukkig geen stalletjes daarop. Wel heel veel mensen, voor wie dit plein het einde van hun al dan niet lange tocht is. Ze kwamen van allerlei nationaliteiten lopend, fietsend, enkelen in een rolstoel. Langs het plein zaten mensen, schoenen uit, foto’s makend, elkaar sprekend. Na wandelingen door het stadje, wat mooi, en heel toeristisch was, zijn we een aantal keren teruggegaan om even op het plein te blijven zitten, genietend van de atmosfeer.









La Coruña heeft een heel leuke binnenstad, en daarnaast ook een “oude stad”, en dat was ook heel bijzonder om in rond te lopen, het is alsof je op de Zaanse Schans loopt, maar dan zonder toeristen; een klooster waar in de kapel gebeden en mooi gezongen werd, afgeschermd van het openbare gedeelte, door de (jonge) nonnen, en waar 24 uur per dag door hen gebeden wordt. Het is ook opvallend dat de kerken hier gevuld zijn met mensen die komen om te bidden. Als toeschouwer kun je dan alleen maar heel stil zijn.

Geen dank, de nada
Na 5 dagen in de Marina werd het wel tijd om voor anker te gaan. De havengelden in Spanje zijn, in tegenstelling tot de boodschappen, uit eten gaan, aan de hoge kant, en tegenover de stad, ligt 2 mijl verderop de mooie beschutte baai van Mera.
In de avond hebben we meteen kennis gemaakt met het harde regime wat roeiers daar ondergaan. Een boot met 13 roeiers kwam steeds langs bij ons, een boei rondend, en dan verder weer opgezweept worden in het tempo: uno, dos, tres, etc om maar te zorgen dat ze mooi gelijk en snel gingen. De volgende dag bleek er een roeiwedstrijd tussen 11 van die boten, uit aangrenzende ria’s, te zijn: of we maar even wilden verplaatsen, want we zouden anders middenin het wedstrijdveld liggen…

Wij dus ankerop, om het verderop weer te laten zakken, ankerbal er dit keer bij gedaan( ter lokalisatie waar je anker precies ligt), maar dit liep niet helemaal zoals gepland.. Ad vroeg de motor wat in zijn achteruit te zetten, maar die deed dus helemaal niets meer… de lijn van de ankerbal had zich netjes verstopt in de schroef…. De boot had duidelijk niet goed stil gelegen…

En dat was dan meteen Ad zijn eerste zwembeurt: geen aarzelen duikpak snel aan, horloge en bril af. Duikbril erbij en Ad onder de boot. Bijkomend nadeel was dat het anker niet goed gepakt had, waarschijnlijk door stenen, en we langzaam maar zeker richting de rotsen dreven. Gelukkig kwam de rib van de roei-organisatie ons te hulp door met hun boot de Windsong tegen te duwen. Pfff, Ad kreeg met een paar keer duiken de smaak te pakken en met het duikmes kon hij de lijn vrij maken uit de schroef: de motor startte weer, en we konden, onder Gracias, muchas gracias zeggend, afscheid nemen van onze KNRM’ers in Spanje: De nada, buenes dias (geen dank, fijne dag)  En wij waren superblij dat dit zo goed afgelopen was…. ’s Avonds hebben we zo gehoopt dat de roeiploeg van Mera zou winnen, maar helaas eindigeden onze kanjers in de middenmoot.



Wat doe je nu zoal in een ankerbaai:
-Eigenlijk lekker rustig aan gedaan, dinghy klaargemaakt, eens naar de kant gegaan, op de motor, aanleggend aan een strandje, waar je dan meteen wordt weggestuurd door de strandwacht: het was niet zo’n mooie dag, er lag geen mens op het strand, maar bootjes mochten niet… We zijn toen een stuk verderop gegaan, golven trotserend door Yolanda, omdat voorin het meeste water overkomt, als het komt… Fototoestel, telefoons zijn vanaf die tijd altijd goed weggestopt in ons hele handig waterdichte zakje.
-Op de koffie bij een Nederlandse buurboot, heel gezellig, we hadden Rob en Jacqueline als eens gesproken op een vertrekkersdag in 2017, en hun hun boot bewonderd, met wasmachine…
-Op zoek naar een winkel voor verse groenten: wat zijn we in Nederland hier toch mee verwend, maar toen die openging, vaak pas om 4 uur in de middag, toch onze slag weer kunnen slaan. Aan groente moet je hier gewoon eten wat ze hier aanbieden, en mijn fantasie bij het koken maar gebruiken.
-La Coruña was goed te bereiken per bus, en daar hebben we nog een keer een nieuwe lijn moeten kopen voor ons bijna compleet doorgeschavielde lijn (= doorgesleten)  om het voorzeil in te rollen: in de ankerbak hadden we nog wat fenders opgeruimd, en dat is waarschijnlijk hier de oorzaak van geweest: al doende leert men….

Ria de Camariñas, van 4 juli tot 7 juli
Na een aantal dagen ankeren, ging het zeilen wel weer lonken, en besloten we naar een volgende ria te zeilen: de wind zou uit de goede richting komen, en van goede sterkte zijn: Camariñas. De werkelijkheid was: eerst op de motor, toen een stukje gezeild en door het steeds verder draaien van de wind (uiteraard de verkeerde kant op) motor-zeilend de Ria de Camariñas in gekomen. Maar de ria was supermooi, en aan het einde hebben we het anker uitgegooid. Camariñas staat bekend om zijn kantklossen: overal winkeltjes ermee, en zelfs een museum, wat we maar overgeslagen hebben. We hebben hier een mooi wandeltocht gemaakt, wel een beetje warm, langs en over de rotsen van de Atlantische Oceaan.
In de zondagochtend van 7 juli het anker weer opgehaald, er zat een flinke baard van zeewier aan, en rustig aan de ria uitgevaren op zeil. Een visser onderweg, in een klein wiebelig bootje, liet ons trots zijn vangst zien, een vrij grote vis, die het einde van de ria dus niet gehaald heeft… We zetten koers naar het zuiden, en de wind was echt heel fijn, precies zoals het hoort, kwam de wind vanuit het noordoosten, voor ons dus van achteren. Het weer bleef het helder, gelukkig geen mistbanken, die we de dagen daarvoor best wel veel de ria in zagen komen. Vrij ruim, vanwege de stroming, passeerden we de Cabo Finisterra (zie foto), het meest westelijke puntje van Spanje, terwijl we toch steeds "goed" zicht hadden op de kustlijn, veel stranden, rotsen en vuurtorens. In het water bleef het bij ons rustig wat betreft dolfijnen, later hoorden we dat mensen hier orca’s hebben gezien…

Aan het einde van de dag zijn we de Ria de Muros ingevaren en in de marina van Muros werden we vrolijk opgewacht door de jeffe ( spreek uit: geffe) van de marina, Pedro. Pedro was wel een heel bijzondere havenmeester: hij wilde echt dat zijn gasten het daar fijn hadden: het havenkantoor, genaamd de “jail”, omdat het beveiligd was met hekken en tralies, had hij een echt huiselijke sfeer gecreëerd: naast doucheruimte, waren er ook 2 huiskamers, Spaans ingericht, een computerkamer, een keuken met fornuis, koelkast, en een buiten met een zitje. Heel bijzonder voor een haven. Na het inchecken in zijn kantoor kreeg Ad een hand en Yolanda een omhelzing met 2 zoenen….. Van de jail kregen we overigens ook de sleutel.  De haven lag in het centrum van Muros, en daar bleek de laatste avond van een paar feestdagen te zijn, met dansoptreden, muziek, door het hele oude stadgedeelte heen was een middeleeuwse sfeer nagemaakt, met hooi op de straten, veel vissersspullen, eettentjes, en uiteraard ook de kraampjes waar je van alles kan kopen uit de regio. De volgende dag zagen we het stadje zonder deze decoratie, en dat was ook zeer de moeite waard. We hebben heerlijk door het stadje geslenterd, foto’s gemaakt, de romaanse kerk bekeken. Een bedevaartganger was hier ook net aangekomen, hij verwarmde zijn eten achter de kerk, en vertelde dat hij deze tocht maakte voor zijn overleden moeder.
Pelgrim-spullen bij de kerk van Muros

Muros










Op zo’n reis zijn duidelijk niet alle dingen leuk. Na 2  nachten Muros vertrokken we naar onze volgende baai, een vrij grote, de Ria Arousa. We hadden daar een superleuke ankerplek in onze gedachten, mooi in de luwte van de wind. In deze baai hebben we eerst goed kennis gemaakt met de “viveros”. Dit zijn een soort eilandjes van hout, waar mossels op geoogst worden.




In deze ria zijn er echt heel veel. Hij is er bijna mee volgebouwd. Eerst hadden we het idee om erom heen te varen, maar later besloten we er toch maar zeer geroutineerd als echte locals, er tussendoor te varen.
Viveros

Viveros

Toen we het ankerplekje bereikten wat we op het oog hadden, bleek de beschutting te bestaan uit een grote brug, ongeveer zoals de Zeelandbrug, die het vaste land met het eiland verbond. Aangezien de wind steeds meer aantrok, lagen we bepaald niet beschut, en de nacht was wel heel rommelig daardoor. De volgende ochtend zijn we maar snel vertrokken naar de volgende ria.




De Ria de Pontevedra
Hier kwamen we woensdagavond aan, en zijn toen maar eerst een nachtje in de marina gaan liggen van Combarra, een moderne marina, die naast een heel oud vissersdorpje, Combarra, lag. In deze baai zijn we weer een aantal dagen gebleven, waarbij we wel de haven hebben verruild voor een gratis ankerplekje net buiten de marina. Deze marina was wel heel commercieel ingesteld: toen we vroegen of we ons bijbootje konden aanleggen bij de dieselpomp (wat achteraf gelegen), kon dat wel, voor 15 euro/dag… Dat hebben we maar niet gedaan, en na een dag kwamen we er achter dat we het bijbootje mooi aan een trapje bij de kade muur achter konden laten, aan een voldoende lang touw om het neergaande tij goed op te kunnen vangen. Erg luxe, een eigen trap! Vanuit de kuip van de Windsong hebben we het oude dorpje goed kunnen bewonderen; alle vissershuisjes hadden zicht op de baai, konden bij hun bootjes via schuine hellingen tussen de huizen; overal stonden op pleintjes in het dorp grote kruisen, Cruceiros, en ieder huis met tuin had in die tuin een Horreros staan, een schuur van hout met openingen tussen het hout, op stenen palen gezet; hierin werden allerlei etenswaren bewaard. Speciaal in dit deel van Galicië kom je deze schuren veel tegen. Ook nu worden ze nog gebruikt. De huisjes en tuinen aan het water waren omgetoverd tot restaurantjes, waar de visjes en worstjes op hout gegrild werden. Het was een beetje te vergelijken met ook weer de Zaanse Schans bij ons, ook qua drukte, maar het verschil is dat dit er altijd zo gestaan heeft.


























Nadat we nog wat hebben rondgekeken in de omgeving, hebben we voor zondag en maandag een toestemming geboekt op Isla Ons. Dit eiland maakt deel uit van een eilandengroep voor de kust van Galicië, die tot een natuurreservaat horen. In La Coruña  hebben we ons hier al voor aangemeld, met hulp van de havenmeester daar, en vanaf een week voor je geplande aankomst in dat gebied kun je dan je verzoek indienen. Zo willen ze voorkomen dat het eiland te druk met geankerde boten wordt. Ben je er zonder toestemming , dan kan je dat een boete kosten van € 1000,00….Goed regelen was dus wel een belangrijk dingetje. Doe je het goed, dan zijn er verder geen kosten aan verbonden. We hebben hier 2 dagen voor anker gelegen, aan een parelwit strandje, waar in de loop van de dag mensen komen, vooral om van  de zon te genieten omdat zwemmen wat frisjes is. ’s Avonds zie je dan iedereen weer naar huis gaan, zelfs de meeste zeilbootjes vertrokken weer, en alleen de meeuwen bleven achter.



Die zijn hier overigens een beschermde soort. Op dit eiland hebben ze ook diverse hagedissen, die alleen maar op dit eiland voorkomen, en Ad heeft er een op de foto gezet, redelijk groot. Zo zijn er meer dieren die alleen hier voorkomen.

Logisch ook dat ze dit eiland goed beschermen door geen andere dieren hier toe te staan. Schelpen en zand (jawel) mag je ook niet meenemen… We hebben hier het hele eiland overgelopen, soms wat warm, maar echt alle moeite waard. En jawel,  na de eerste dag heeft Yolanda nog een paar slagen gezwommen in de Atlantische Oceaan, helaas niet op foto… Overigens waren er ’s ochtends bij het opstaan allemaal vissersbootjes om ons heen, en geen mens in de bootjes: ze waren allemaal aan het duiken naar inktvissen. Ze doken niet met flessen, maar zaten aan een lange slang met lucht uit de boot vast, een heel merkwaardig gezicht. Na een aantal uur vertrok de een na de ander weer, op naar de visafslag.















Helaas moesten we na 2 dagen afscheid nemen van Isla Ons, omdat Ad had bedacht dat we mijn verjaardag, woensdag de 17, maar in Vigo, een grotere stad moesten zijn, in de Ria De Vigo. Daar hebben we in een marina in de stad gelegen, en na de eerste verrassing woensdagochtend, Ad had de Windsong van binnen versierd met de vlaggetjes, kwam de tweede verrassing: Ad ging zelf nog even de stad in, kwam terug, ik moest mijn ogen dicht houden, echt goed dicht he, en in die tussen tijd is Eva aan boord gekomen: DAT WAS EEN ECHTE VERRASSING! We moesten dus naar Vigo, simpelweg omdat daar een vliegveld bij in de buurt ligt!